Tête de la course

Het wielerseizoen is vorige week officieel van start gegaan. Vanaf nu volgen de eendagskoersen en etappewedstrijden elkaar in rap tempo op. Door alle dopingperikelen heeft de populariteit van wielrennen een flinke knauw gekregen, maar Pedrinho breekt graag een lans voor de mooiste sport ter wereld.

Zeggen dat je van wielrennen houdt staat tegenwoordig gelijk aan sociale zelfmoord. Dankzij Lance Armstrong en zijn dopingvriendjes word je na je biecht als een melaatse behandeld. Steeds minder mensen durven daarom nog uit te komen voor hun wielerliefde. Zo niet Pedrinho. Sterker nog, als een middeleeuwse missionaris in donker Afrika probeert hij anno 2013 zieltjes te winnen voor zijn favoriete sport. Onder het motto “onbekend maakt onbemind” zal hij daarom in drie delen de geheimen van het professionele wielrennen blootleggen en zodoende van alle Flokkers nieuwbakken wielerfans maken.

Wielrennen2

 

 

 

 

 

 

 

 

Om maar met de belangrijkste vraag te beginnen: waarom wielrennen? Simpel, het is saai. In tegenstelling tot bijvoorbeeld voetbal is het niet wachten op een beetje actie (inclusief de teleurstelling wanneer deze uitblijft). Nee, het is een middag ultiem chillen op de bank met een zak chips en een fles cola. Het liefst op een regenachtige zondagmiddag met een lichte kater. Het is in slaap dommelen met het monotone geluid van de helikopter boven het peloton en twintig minuten later tevreden vaststellen dat je niets gemist hebt. Het is met één oor luisteren naar anekdotes uit lang vervlogen tijden over kleurrijke coureurs, mythische bergen en niet aangelijnde honden die een valpartij veroorzaken.

En het is toch nog even op het puntje van je stoel belanden als de renners de laatste beklimming van de dag opdraaien. Wie heeft nog wat over? Wie plaatst de beslissende demarrage? Wie kan er mee en – minstens zo belangrijk – wie niet? Alle voorbeschouwingen zijn verleden tijd, alle speculaties achterhaald en alle theorieën waardeloos wanneer het moment daar is dat alleen de benen nog kunnen spreken.

Pedrinho’s tip #1: maak niet de beginnersfout om in het laatste uur van de koers in slaap te vallen. Begin daarnaast nooit met kijken als je al weet dat je de finish niet kan zien; tijdverspilling en zelfkastijding.

Wielrennen

 

 

 

 

 

 

 

 

Een bijkomend voordeel van het kijken naar wielrennen is de enorme toename van je algemene kennis. Zo leer je een heel nieuw vocabulair (zoals “linkeballen” en “in een chasse patat belanden”), steek je wat op over natuurkunde, biologie en bovenal scheikunde en wordt en passant je topografische kennis bijgespijkerd. Bovendien resulteren de adembenemende beelden vaak in inspiratie voor een volgende vakantie.

Pedrinho’s tip #2: koers kijken doe je op Sporza. Buiten het feit dat de Vlaamse sportzender zo goed als alle wedstrijden live uitzendt, zijn ook de commentators bij onze zuiderburen een verademing. In Nederland moeten we het doen met Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot. De eerste heeft alleen verstand van rondjes 32 blank op een ijsbaan en de tweede komt niet verder dan wat seniel klinkend gezwets over ‘het nieuwe wielrennen’, wat dat ook moge zijn.

Boven alles is wielrennen als het leven; pieken en dalen, winnen en verliezen, vallen en opstaan, vreugde en verdriet, vrienden en vijanden. Daarbij, volg je de sport, dan gaat ze leven. Anonieme renners worden karakters en losse feiten worden verhalen. Met bijna dagelijks een nieuw geschreven hoofdstuk. Het lijkt wel een soap. Maar dan echt.

Komend weekend staat de eerste voorjaarsklassieker op het programma, Milaan – San Remo. Morgenavond (donderdag) zendt Nederland 3 een speciale Holland Sport aflevering uit, volledig gewijd aan ‘La Primavera’. Een mooiere introductie tot de sport kun je je niet wensen. Nou ja, behalve die van Pedrinho natuurlijk…

Geef een reactie