Tête de la course (deel 2)

Het grootste wielerevenement ter wereld, de Tour de France, begint aanstaande zaterdag aan zijn 100e editie. Als Flokker weet je dankzij deel 1 van Pedrinho’s inleiding tot deze prachtige sport al dat je dit niet mag missen. Nu deel 2 met daarin essentiële basiskennis voor drie weken fietsplezier.

De Tour, dat is drie weken lang een dagelijkse portie wielrennen onder zomerse omstandigheden. Voor veel mensen puur jeugdsentiment. Samen met papa op de camping in Frankrijk de koers volgen via een transistorradio. Of zoals ik, op het land op de trekker tijdens het laden van balen hooi. Meer nog dan oud & nieuw is het een moment van bezinning dat er alweer een jaar voorbij is. De Tour? Was die niet net afgelopen? Ja klopt. En hij begint alweer bijna. Zo snel gaat het dus.

Nou kan je natuurlijk gewoon drie weken van de prachtige landschappen en geschoren mannenbenen gaan genieten, maar het is leuker als je ook nog een beetje snapt wat er gebeurt. Daarom een crash course wielrennen voor beginners. Voor iedereen die nog nooit een koers gevolgd heeft. En voor iedereen die na een jaar wel weer een opfriscursus kan gebruiken.

wielrennen3

Gedurende het jaar wordt er een haast ontelbaar aantal wielerkoersen georganiseerd. Zo zijn er eendagskoersen, waarvan de ‘klassiekers’ zoals de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix het bekendst en belangrijkst zijn. Daarnaast zijn er vele etappewedstrijden die een week of korter duren, bijvoorbeeld Parijs-Nice en de Ronde van Zwitserland. Tot slot zijn er elk jaar drie grote rondes van drie weken; de Giro d’Italia in mei, de Tour de France in juli en de Vuelta a España in september. De Tour is vanwege de historie en het parcours de meest tot de verbeelding sprekende. Daarbij zorgt de vakantieperiode waarin hij verreden wordt ook nog eens voor massale publieke belangstelling. Niet voor niks dus dat elk jaar de crème de la crème van de wielersport hier acte de présence geeft.

Omdat er zoveel verschillende soorten koersen zijn, heb je ook een grote diversiteit aan coureurs. En in de Tour kom je ze allemaal tegen. Om te beginnen is het een groot misverstand dat wielrennen een individuele sport is. Er doen namelijk 22 ploegen van 9 renners mee. Deze hebben elk een eigen doel of taak:

  • Sprinters: proberen dagsucces te behalen in vlakke etappes. Omdat in de bergen grote tijdsverschillen ontstaan en de sprinters hier niet uit de voeten kunnen, eindigen ze echter nooit hoog in het algemeen klassement. Voorbeelden hiervan zijn Mark Cavendish en Andre Greipel.
  • Klassementsrenners: kunnen goed klimmen en vaak ook tijdrijden en doen daarom mee in de strijd om de eindoverwinning. De gele trui is voor degene die het parcours het snelste aflegt en kanshebbers hiervoor zijn Chris Froome en Alberto Contador.
  • Aanvallers: de Tour duurt als gezegd drie weken en doet alle verschillende terreinen aan die je in Frankrijk kan tegenkomen. De aanvallers proberen hun slag te slaan in de etappes die te lastig zijn voor de sprinters en waar de klassementsrenners zich rustig houden. Via een ontsnapping uit het peloton gaan ze op zoek naar geluk. Het vereist naast goede benen ook veel tactisch inzicht om op deze manier een rit te winnen. Thomas Voeckler en Philippe Gilbert kunnen dit als geen ander.
  • Knechten: niet iedereen is goed genoeg om te kunnen winnen. Toch rijden deze mindere goden niet voor spek en bonen mee. Sterker nog, deze zogenaamde knechten zijn heel belangrijk. Zij zorgen dat koplopers weer worden teruggehaald en dat hun kopman (de beste van de ploeg) uit de wind fietst en genoeg te eten en te drinken krijgt. Zo verspilt deze geen energie die hij nodig heeft op de beslissende momenten.

wielrennen4

Tot slot nog iets over de Nederlanders. Dit jaar doen er maar liefst 17 landgenoten mee. Helaas zit hier geen uitgesproken favoriet voor de eindoverwinning of dagsucces tussen, al mag van Bauke Mollema een top 10 in het algemeen klassement worden verwacht. Het is alweer sinds 2005 geleden dat een Nederlander een etappe won. Misschien dat kersvers Nederlands kampioen Johnny Hoogerland (u weet wel, van dat prikkeldraad) hier verandering in kan brengen. Of toch Robert Gesink op de Nederlandse berg Alpe d’Huez? Hij zou zich hiermee in één klap onsterfelijk maken bij het Oranje wielerlegioen.

Al met al worden het weer drie mooie weken. Wielrennen op het hoogste niveau, schitterende beelden en heerlijke rode wijn momentjes met Mart in de Avondetappe. Nog twee nachtjes slapen. Buenas noches, mi amor…

Geef een reactie