Keepin’ it real in Amstelveen Noord

In mijn paspoort staat dat ik een Amsterdammer ben. Mijn schuine karaktereigenschappen en venijnige vijandigheid jegens Rotterdam onderstrepen mijn geboorteplaats dikwijls, ondanks het feit dat ik niet in het grootste Mokum ben grootgebracht.

Na twee roezige jaartjes van borsten zuigen, leren lopen en columns schrijven in de Rivierenbuurt van de laatste jaren van de eighties namen mijn ouders mij in een AH-tas mee naar mijn nieuwe paradijs, Amstelveen Noord. Hier ben ik opgegroeid en hier heb ik vrienden voor het leven gemaakt. Hier heb ik leren voetballen, maar hier heb ik ook mijn fobie voor prikkende insecten gekweekt. En hier toef ik vandaag de dag nog steeds.

amstelveen

Amstelveen is een rustieke voorstad van de wildernis van Amsterdam. Zodra je vanuit de grote stad zuidwaarts langs Buitenveldert rijdt en de eerste driewielers op de fietspaden treft, weet je dat je hier geen oogje meer hoeft te houden op je handtasje. Het is OK. De sfeer is gemoedelijk, de inwoners zijn grijs en de heethoofdige Marokkanen zijn minder boos dan in Osdorp. Kinderen spelen onbevangen voetbal op gekleurde pleintjes en op groene veldjes. De buurtoma’s wandelen door de schilderachtige parkjes en tuintjes alsof het hun allerlaatste wandeling is en onze pubers roken hier geen jointjes en drinken geen shandy, maar spelen nog gewoon met jojo’s en Tamagotchi. Amstelveen is het heilige, welbespraakte broertje van de doorleefde sjoemelaar die Amsterdam heet en zoals bij veel broertjes is ook hier een vergelijking in persoonlijkheid een nagenoeg onmogelijke opgave.

Zo zorgeloos is de voorstad van Amstelveen, zo zorgeloos was mijn jeugd en mijn daaropvolgende puberteit in deze heerlijke ambiance. Alle ingrediënten op het boodschappenlijstje voor een stabiele geest en een liefdevolle basis voor een toekomst van een gezonde relatie, een leuke baan en het zelfvertrouwen van een Geordie in de nachtclub, kan ik afvinken. Huiselijke liefde in overvloed, check. Buitenspelen met vriendjes, check. Weg masturberen van acne, check. Alles klopte en dat maakt het alleen maar lastiger te begrijpen dat ik rond mijn elfde hopeloos verliefd werd op een zeer agressieve stijl van muziek. Rap, maar dan niet de versie van MTV.

De hiphop die mijn hart stal word gemaakt door bendeleden vanuit de meest uitzichtloze straten van het normaal zo aantrekkelijke Californië. Mijn geweldige tijd op de basisschool zat er bijna op, mijn jojo draaide op volle toeren en ik was na één verkeerde download op Napster op slag fan van moordende, vaderloze bendenegers in Compton. Zogenaamde ‘westcoast hiphop’. Mijn held was niet meer mijn gymleraar op woensdag, maar Tupac Shakur. Ik keerde me niet langer naar mijn grote broer voor de adviezen des levens over sex, drugs en alcohol; ik nam alleen nog maar dingen aan van de Dogg Pound. De behaaglijke straten van Amstelveen vormden het denkbeeldige decor van mijn muzikale fantasie, waarin ik als feestende gangster en bendeleider van mijn vriendengroep de hoofdrol moeiteloos invulde. Zodra mijn oordopjes van mijn Shockproof Discman ingingen voor het dagelijkse fietsritje naar een lange dag op school, maakte elke vorm van realiteit plaats voor waanzinnige hersenschimmen die mijn favoriete gangsterrappers met veel verbale elan op mijn dromerige denkbeeld afvuurden. Ik was een fucking gangster in Amstelveen.

Compton

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is net zo tegenstrijdig als dat het logisch is. Aan één kant schuurt het dat je als vrolijke Hollander zonder strafblad verbonden voelt met een stelletje rappende kruimeldieven met een microfoon. Maar als je op de middelbare school zit in Amstelveen en je dieet bestaat voor het grootste deel uit Clearasil, ben je vrij eenvoudig te beïnvloeden door stoere rijms over de palmbomen in L.A., vrouwen die zich laten uitkiezen alsof het bekermaten zijn in de Starbucks en alle andere wilde escapades in een ander leven. Het is een aantrekkelijke wereld en het verlangen naar al dat oppervlakkige moois mag dan puur zijn, maar het echte vuur van de passie blijft woekeren door iets van een meer serieuze, diepliggende waarde.

Ja ja, er is meer. Geloof het of niet, maar de op het eerste indruk hersenloze genre muziek dat ik in dit verhaal betoog herbergt ware juweeltjes van normen en waarden die je je kinderen niet kunt bijbrengen bij het wekelijkse uurtje Maatschappijleer van een gescheiden docent met 53 jaar ‘levenservaring’. Het gaat hier om onderwerpen als loyaliteit aan je vrienden en geliefden, het volgen van je dromen en misschien nog het meeste over het doen waar je zin in hebt, zonder ene Tamagotchi te geven over wat anderen over je denken. Dit zijn allemaal thema’s die elke zichzelf ontdekkende jongeman hoog in het vaandel draagt. Mijn geschiedenis-docent heeft vandaag uitgelegd wat er in de Nederlandse Grondwet van 1848 werd vastgelegd, maar van Mac Dre heb ik vandaag geleerd dat alle haters die het erg vinden dat ik later veel geld ga verdienen de dikke vette pestpleuris kunnen krijgen. Ik weet al welke les ik morgen weer vergeten ben.

Ik kijk er niet van op dat ik ze overal en altijd tegenkom, maar een fascinerend fenomeen blijft het. Blanke jongeheren met rijke ouders en een zorgeloos bestaan, met de houding en uitstraling van een negroïde tiener die er mee worstelt dat zijn biologische vader vlak na zijn geboorte is verdwenen en zelf geen andere uitweg ziet dan het korte leven van een bendelid. Het is een genre van identiteitscrisis die voor mij eenvoudig te verklaren is, want ik heb hem zelf tot het natuurlijke einde uitgezeten en als ik het allemaal over moest doen, ging het precies zo. Met Dre, Snoop en al die andere heerlijke mannen. Als ik ooit mijn eigen 12-jarige trots naar school zie fietsen met een blauwe zakdoek in zijn achterzak, zal ik een trots traantje wegpinken. Want ik weet dat hij het godverdomme real houdt.

Meer Ryan Claus op http://ryan-claus.tumblr.com/

Geef een reactie